PARTNER IN PROFESSIONEEL TESTGEBRUIK



OVERZICHT TESTINSTRUMENTARIUM
HUMAN RESOURCE MANAGEMENT HRM



De module Human Resource Management richt zich op personeelsmanagers en HRM-professsionals bij arbeids- en uitzendbureau's, werving en selectiebureau's en loopbaanadviesbureau's. Deze testen kunnen toegepast worden wanneer er beslissingen genomen moeten worden over personen, mede op grond van een beoordeling van persoonlijkheidskenmerken (o.a. evaluatie, selectie, loopbaanbegeleiding en reïntegratie).

1. Persoonlijkheid en Attitude

Voor het in kaart brengen van persoonlijkheid en attitude, zijn de volgende testen beschikbaar:
• Emotionele Intelligentie Test (EIT)
• Big Five Factor Inventory (B5FFI)
• Dutch Personality Inventory (DPI-2)
• The Giant Three PEN MODEL
• Interpersonal Behaviour Circle (IBC)
• Jung Type Dynamics Indicator (JTDI)
• Teamrol Indicator (TRI)
• DISC Q
• Vragenlijst ondernemerscompetenties (pre)starters

2. Werkgerelateerde stress, coping en werkbeleving

Werkgerelateerde stress vormt binnen steeds meer organisaties een groter probleem. Desondanks wordt er weinig gekeken naar structurele oplossingen en komt preventie maar moeizaam van de grond.. Stress is moeilijk te meten. De symptomen van stress zijn inmiddels bekend. In sommige gevallen is werkgerelateerde stress te herleiden tot lichamelijke klachten. Soms zijn de oorzaken van stress minder duidelijk en hangt een en ander samen met persoonlijke, veelal psychische factoren. Achterliggende conflicten op het werk of in de privé-situatie, of het ontbreken van coping- of onderhandelingsvaardigheden spelen vaak een rol.

Mensen die onder normale wercondities goed functioneren, kunnen als het er op aankomt ineens inadequaat reageren. Voor het maken van een goed plan van aanpak is een brede potentieelbeoordeling nodig. Er moet uitgezocht worden in welke werk- en/of opleidingssituatie de werknemer tot de beste resultaten komt. Psychologische tests kunnen een belangrijke basis zijn voor het plan van aanpak. Deze basis wordt gevormd door de volgende kernmerken:
- capaciteiten, aanleg, competenties en vaardigheden
- beroepsinteresses, affiniteiten, werkwaarden en loopbaandrijfveren
- persoonlijkheid, houding en gedrag

Met psychologische tests is het mogelijk om op een verantwoorde manier deze kenmerken in kaart te brengen.

Werkstress is een zeer bekende factor voor uitval van werknemers. Voor een goed en uitgebreid (reïntegratie)plan zijn een aantal kenmerken van de werknemer belangrijk. Met welke vormen van werkgerelateerde stress heeft deze in zijn of haar werk te maken? Met de Vragenlijst PsychoSociale Arbeidsbelasting en Werkstress (VPSA) en de Job Stress Inventory (JSI) is het mogelijk om te inventariseren welke bronnen van werkgerelateerde stress de werknemer ervaart en hoe vaak de werknemer te maken heeft met deze stressbronnen. Beide instrumenten zijn eenvoudig te gebruiken.

Als een werknemer niet goed in staat is om met (werk)stress om te gaan kan dit gevolgen hebben voor de (psychische) gezondheid van deze werknemer. Hoe gaat de werknemer om met werkstress? Kan de werknemer met behulp van begeleiding geholpen worden om beter met werkstress te leren omgaan? Een aantal vragenlijsten die inzicht geven in de copingstijlen (manier van omgaan met stress) van de werknemer zijn:
- de Dutch Coping List (DCL)
- Resilience and Coping Questionnaire (RCQ)
- de Conflict Handling Strategies Questionnaire (CHSQ)
- de Vragenlijst Conflictstijlen

Ook de copingtesten zijn door iedereen eenvoudig te gebruiken.

Burnout is een negatief bijverschijnsel van deze jachtige tijd. Het overkomt onder andere ondernemers, managers en werknemers die de lat heel hoog leggen en moeilijk van zichzelf accepteren dat ze iets niet kunnen. Ook vrouwen die werk combineren met de zorg voor kinderen krijgen er vaker dan gemiddeld mee te maken. Mensen met een burnout zijn teleurgesteld in zichzelf. Dat kan leiden tot vermoeidheid, faalangst, allerlei fysieke klachten en aan het einde van dit proces van overspanning tot volledige uitputting. De Vragenlijst Werkbeleving (VWB) geeft inzicht in de mate van burnout en engagement van de werknemer.

3. Persoonlijke empowerment en arbeid

In de literatuur zijn diverse definities van het begrip empowerment te vinden: er is niet één standaarddefinitie. De verschillen tussen de diverse definities zijn vrij klein: in alle definities wordt empowerment omschreven als een proces waardoor mensen greep krijgen op hun eigen situatie.

Veel mensen ervaren moeilijkheden om werk te vinden. Beperkingen, bijvoorbeeld als gevolg van een gezondheidsbeperking, kunnen daarbij een rol spelen. De vragenlijst voor werkzoekenden is ontwikkeld voor mensen met een mogelijke afstand tot de arbeidsmarkt. De vragenlijst meet in hoeverre iemand zich in staat acht om keuzes te maken bij het vinden van werk. De werkzoekintentie en werkzoekgedrag wordt gemeten door Vragenlijst Van Hooft, Born, Taris, Vander Flier en Blonk (2004) en gedragsschaal van intensiteit van werkzoekgedrag van Blau (1994). De vragenlijst voor werkzoekenden meet voorts belangrijke voorspellers voor de werkzoekintentie:
- de mate van positieve en negatieve gevoelens (PANAS Watson, Clark,
  Van Tellegen 1988)
- selfefficacy wat betreft werkzoeken (Ellis & Taylor 1983 en Van Ryn &
  Vinokur 1992, Van Hooft 2005
- Interne Work locus of control (WLCS Spector 1988)
- Positief Gevoel van Eigenwaarde (RSE Rosenberg, 1965)
- Positieve algemene competentieverwachting General Self-efficacy
  Scale (Sherer & Maddux/Bosscher & Smit (1998)
- Mastery (locus of control) Personal Mastery Scale (Pearlin en
  Schooler 1978; Smits en Bosscher 1998)
- Draagkracht, regie en zelfvertrouwen PUL Vragenlijst (Appelo et al
  2003, 2005)
- Coping (Cohortstudie arbeid, verzuim en arbeid TNO AVG 2006/UCL
  & Schreurs, Van de Willige 1988)

De vragenlijst voor werkenden peilt middels de Basic Need Satisfaction at Work Scale (BNSWS) naar de mate van vervulling van psychologische basisbehoeften. Deze zijn een impliciete oriëntatie van mensen op het ervaren van competentie, verbondenheid en autonomie (Ryan & Deci, 2002).

Autonomie wordt omschreven als het hebben van een eigen wil in het gedrag (Deci, & Ryan, 1987; 2000). Er moet op gewezen worden dat autonomie niet hetzelfde is als onafhankelijkheid of individualisme, maar verwijst naar het gevoel een eigen wil te hebben die samen kan gaan met elke handeling, of die nu onafhankelijk is of niet, individualistisch of collectivistisch.
Onder verbondenheid verstaat men gevoelens van samenhorigheid en solidariteit met anderen. Individuen ervaren een zeer sterke behoefte om langdurige interpersoonlijke banden met anderen aan te gaan en te behouden.
Competentie verwijst naar de overtuiging effectief te zijn in de eigen acties en de vaardigheid te hebben alledaagse taken uit te voeren . Van nature uit zal een individu pas een activiteit ondernemen als hij of zij voldoende vertrouwen heeft in de eigen vaardigheden om de activiteit tot een goed einde te brengen. Deze behoefte is vergelijkbaar met wat door Bandura self-efficacy wordt genoemd.

De vervulling van psychologische basisbehoeften wordt onder andere in verband gebracht met intrinsieke motivatie, het ervaren van welzijn, optimaal functioneren, psychologische groei en vitaliteit (Deci & Ryan, 2000, 2002). De mate waarin de omgeving voor een persoon de vervulling van psychologische basisbehoeften ondersteunt, dan wel belemmert, is van invloed op het functioneren van deze persoon. Zijn de condities in een omgeving waarin een persoon functioneert belemmerend voor de vervulling van psychologische basisbehoeften, dan is het voor deze persoon belangrijk innerlijke bronnen van vervulling te kunnen aanspreken, bijvoorbeeld positieve belevingen die gekoppeld waren aan eerdere ervaringen waarbij de basisbehoeften vervuld waren, dit om niet de negatieve gevolgen van de belemmering van de psychologische basisbehoeften op dat moment te ondervinden (Deci & Ryan, 2000).

Bij de meting van (aspecten van) persoonlijke empowerment zijn behalve specifieke (werkgerelateerde) schalen (Work Locus of Control en Occupational Self-efficacy) de volgende algemene schalen toegepast:
- gevoel van controle: Personal Mastery Scale (Pearlin en Schooler
  1978; Smits en Bosscher 1998)
- gevoel van competentie General Self-efficacy Scale (Sherer &
  Maddux/Bosscher & Smit (1998)
- positief gevoel van eigenwaarde: RSE Rosenberg, 1965